"Kon Ta Bai Swa?" Gentrificatie en grootkapitaal verdringen de lokale Curaçaose bevolking

Gentrificatie en nieuwbouwprojecten verdringen de lokale Curaçaose bevolking, terwijl de Nederlandse regering en het grootkapitaal investeringswinsten proberen weg te sluizen. Voor wie is het eiland eigenlijk nog? Quinsy Gario ging op verkenning bij een investeringsmeeting.

DOOR QUINSY GARIO

"Mag ik mijn presentatie in het Nederlands doen of moet het in het Engels?" vraagt Rob van den Bergh, de coördinator van de VNO-NCW investeringsmissie naar Curaçao. Het is 21 augustus 2019 en we zijn in de Kamer van Koophandel en Nijverheid van Curaçao. De Kamer van Koophandel heeft recentelijk ingevoerd dat al hun openbare evenementen in het Engels gevoerd zullen worden. Zij denken waarschijnlijk dat het blijk geeft van een internationale oriëntering en proberen zich te manifesteren zoals minister president Mark Rutte het Koninkrijk der Nederlanden ziet: als de brug tussen Europa en Zuid-Amerika, en daarin speelt de ligging van de Nederlandse Antillen een belangrijke rol. Zo lang Antillianen maar daar blijven natuurlijk. Ook al heeft Van den Bergh een Engelse PowerPoint presentatie bij zich blijkt hij liever in zijn moedertaal te willen presenteren. Dat de Nederlandse taal voor de lokale bevolking alles behalve comfort oproept lijkt hem niet te deren. Dit terwijl hij de oprichter van CurConsult is, al 30 jaar op Curaçao woont en naar eigen zeggen betrokken is geweest bij meer dan 500 projecten op de Nederlandse Antillen. Kennis over de taalpolitiek op het eiland zou hij moeten hebben opgedaan in al zijn jaren hier.

De zaal zit bomvol. Ondernemers, belanghebbenden en geïnteresseerden zijn afgekomen op het bericht dat er vanavond informatie gegeven zou worden over de komst van Nederlandse investeerders van 10 tot 12 oktober. Ook ik werd getipt om naar de informatiebijeenkomst toe te komen en glip naar binnen om plaats te nemen op een lege stoel achterin. Tijdens de avond zal er consternatie ontstaan over waarom er alleen op Nederlandse investeerders wordt gefocust, maar dat komt omdat de ondernemersvereniging onder voorzitterschap van Hans de Boer al in februari 2019 is gekomen voor een summit en al in 2018 in Den Haag onderdeel van een bijeenkomst was over investeren op Curaçao. Sommigen wisten dat niet. Investeerders en ondernemers uit de regio zijn zeker welkom, maar die zullen dan instappen in een traject dat al langer gaande is. De opzet voor de komende missie is dat lokale deelnemers afhankelijk van hun werkveld tussen de 250 en 900 Antilliaanse gulden betalen, omgerekend 128 en 461 euro, voor toegang tot verschillende onderdelen van het programma. Wie het meest betaalt of kan betalen is overal welkom. Leden van de Nederlandse delegatie daarentegen zullen elk €900 betalen, exclusief reis- en verblijfskosten die voor eigen rekening zijn, en alle programmaonderdelen kunnen volgen.   


PROTEST

De Kamer van Koophandel en Nijverheid van Curaçao is te vinden in de wijk Pietermaai van de hoofdstad Willemstad. Wie door de wijk wandelt vindt er verschillende bars en restaurants die nu in Nederlandse handen zijn. Het zijn bars waar men je met droge ogen 6 Antilliaanse gulden vraagt voor een drankje dat je voor anderhalf gulden in een nabijgelegen supermarkt kan kopen, en zelfs dat is eigenlijk moeilijk te betalen voor veel lokale bewoners. De buurt is compleet gegentrificeerd. Het is voor buitenlandse investeerders zo aantrekkelijk om in de buurt te investeren, dat het voor de gevestigde en lokale ondernemers heel moeilijk is om te concurreren. Zij worden nu de wijk uitgejaagd en vervangen door boetiekcafés en -hotels. In de hoofdstad is er de laatste jaren ook een street art revival gaande. Aangedreven door lokale kunstenaars en initiatieven kan je prachtige werken zien die helden als dichter Ellis Juliana en verzetsleider Tula en de lokale cultuur eren of verwijzen naar hedendaagse lokale vraagstukken. Met de street art wandelroute loop je in een cirkel vanaf Marshe Nobo langs verschillende werken en ziet dan hoe Pietermaai en Punda aan het veranderen zijn. Tijdens de tour kreeg ik te horen dat tegenover de Kamer van Koophandel in Pietermaai er binnenkort een hotel zal verrijzen dat, volgens de geruchten, het laatste openbaar toegankelijk stuk strand in de stad, zal privatiseren. 

Toegang tot stranden is een kwestie die al langer speelt. Afgelopen zomer waren daarom protesten bij het Marriott Hotel, de zoveelste in een lange reeks. Minister Zita Jesus-Leito van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning kwam er persoonlijk op af om de gemoederen te bedaren, maar met haar felle afkeurende reactie gooide ze olie op het vuur en ging het via Whatsapp en Facebook Live viral.Het Marriott Hotel wordt gerenoveerd, en de nieuwe eigenaar Piscamar Beach Resort had een hek geplaatst en daarmee de toegang tot het strand versperd. Uit erfpachtdocumenten bleek dat een deel van het openbare strand ook bij het hotel hoorde, maar na de wijziging in de erfpachtwetgeving van 2016 mag een erfpachter een strand niet meer afsluiten voor het publiek. Bij de vernieuwing van een erfpacht vervallen de oude rechten over privé-stranden en kan de eigenaar beheerafspraken maken waarbij de erfpachter beveiliging mag inschakelen en regels kan opstellen over hoeveel geluid lokale strandbezoekers mogen maken. Dit klinkt als klare taal, maar dat is het niet. Als de overheid een eigenaar/uitbuiter 'bijzondere toestemming verleen[t]' mag die haar strand alsnog afsluiten voor de lokale bevolking. Hoe je die krijgt en onder welke omstandigheden wordt niet duidelijk uit de wetgeving.

Piscamar Beach Resort, de nieuwe eigenaar van het hotel, is opgezet door de Orco Groep, die het Marriott Hotel met voorkennis zouden hebben gekocht. Achter de Orco Groep zit de Orco Bank van de familie Guis, waar in 2013 een inval was gedaan in verband met de miljoenenfraude bij SNS Reaal. Een van de oprichters van de bank, Bastiaan Guis, is ook opgenomen in de beruchte Paradise Papers. Dat betekent niet per se dat Guis iets illegaals heeft gedaan of met louche financiële transacties bezig is, maar het is wel frappant. Guis gaf na het protest aan het Antilliaans Dagblad te kennen dat hij in gesprek was met de overheid over het project waar 117.75 miljoen Antilliaanse guldens, omgerekend 66 miljoen dollar, in is geïnvesteerd. In het Antilliaans Dagblad werd aangegeven dat daarvan 21,5 miljoen dollar eigen inbreng was en 34,5 miljoen dollar externe financiering is door een syndicaat van banken onder aanvoering van Maduro & Curiel’s Bank. Een bank wiens oprichters banden hadden met de slavernij-industrie op het eiland. In het Nationaal Archief op Curaçao is namelijk terug te vinden dat een zekere S.E.C Maduro een van de mensen was die een betaling had ontvangen van de Nederlandse overheid na de afschaffing van slavernij. En zo zijn er nog meer namen te vinden die vandaag de dag nog steeds tot de machtige en rijke elite horen van het eiland. De archivaris vertelde mij ook dat men in die tijd nogal de neiging had om namen verkeerd of anders te spellen om bepaalde personen uit de administratie te houden.


BRAINDRAIN

In de zaal op de tweede verdieping van de Kamer van Koophandel en Nijverheid op Curaçao staat Rob Van den Bergh nog voor de zaal en wacht oprecht op antwoord op zijn vraag over de taal waarin hij zijn presentatie over de investeringsmogelijkheden in Willemstad mag geven. Wie de zaal vanuit zijn standpunt zou inkijken zou het geen rare vraag hebben gevonden. Hij herkende de gezichten en wist dat ze allemaal wel Nederlands moesten kunnen spreken of dat in ieder geval met hem hebben gedaan. Met zijn 30 jaar op het eiland, zijn eerste vijf jaar als econoom in dienst van de overheid en daarna vijfentwintig jaar als zelfstandige consultant, wist hij wel wie de spelers zouden zijn die naar zo'n bijeenkomst zouden komen. Voordat Rob begon werd het publiek ook uitgenodigd om zichzelf te introduceren om een idee te krijgen wie er allemaal waren. Het werd toen voor mij duidelijk dat er in de zaal hoteleigenaren, horecamagnaten, de eigenaar van een TV zender en hoge ambtenaren van de overheid aanwezig waren. Daarnaast waren er ook een paar culturele ondernemers en startende planologen en architecten die zichzelf in deze wereld proberen te vechten.

Mijn oren begonnen te klapperen toen het tot me doordrong dat de economische macht van het eiland samengeklonterd was in een gebouw wiens binnenhuisarchitectuur in de jaren tachtig was blijven hangen. Een kritische reflectie ten opzichte van de invloed van het grootkapitaal op de lokale bevolking zou niet met open armen ontvangen worden. Ik schrijf dit ook met de wetenschap dat ik in Europa zit en daarom relatief weinig hinder zal ondervinden voor het samenrijgen van de woorden die je nu aan het lezen bent. Het is een klein eiland en een kritische houding wordt niet door iedereen gewaardeerd. Voornamelijk niet door de bovenklasse die het langzaam instorten van de Curaçaose economie voornamelijk als een bedreiging voor hun eigen zaken zien. Hun invloed is nu meer dan ooit zichtbaar en voelbaar op het eiland, weerstand tegen de neoliberale ontwikkelingen op het eiland wordt vaak weggewuifd. Zoals minister Zita Jesus-Leito dat deed bij het protest bij Marriott Hotel door in felle bewoordingen te zeggen dat de regels worden nageleefd zoals afgesproken en de demonstratie voorbarig was. Volgens haar, en teveel mensen als haar op posities van politieke macht, is en was er geen noodzaak tot commotie. Alles loopt volgens plan. Alleen wiens plan is dan de vraag.

Er is een gat aan het ontstaan in de Curaçaose samenleving. Na het vertrek van Shell in 1985 vond niet alleen de arme onderklasse zijn weg naar Nederland, maar werd tegelijkertijd ook de middenklasse uitgehold. De Nederlandse Antillen hebben altijd al last gehad van braindrain door het vertrek van middelbare scholieren naar het buitenland om tertiair onderwijs te volgen. Op St. Maarten wordt de jaarlijkse vlucht aan het eind van juli in bepaalde kringen zelfs de flight of no-return genoemd. Na het afstuderen blijft het overgrote deel van studenten in Nederland of de Verenigde Staten om professionele loopbanen na te streven. Als er eenmaal  elders een leven is opgebouwd, wordt het moeilijk terug te keren. En wie terugkeert moet zich weer aanpassen aan niet alleen het ritme van de eilanden, maar ook het besef dat er structurele obstakels zijn opgeworpen voor de terugkeer. Een van de grootste obstakels is dat in de jaren ‘90 van de vorige eeuw Nederland de Nederlandse Antillen heeft opgedragen om een volledige ambtenarenstop in te voeren. Deze ambtenarenstop houdt in dat het haast onmogelijk is om de hoeveelheid ambtenaren uit te breiden. Afgestudeerden met de ambitie om hun opgedane kennis voor de ontwikkeling van hun eiland in te zetten, komen hierdoor vaak van een koude kermis thuis. Dit kwam naar voren tijdens een panel discussie na de vertoning van de film 30 Mei. Gritu di un Peublo van John Leerdam in de Vereniging Ons Suriname georganiseerd door The Black Archives in Amsterdam. Vanuit het publiek werden de gaten gevuld in het narratief over de oorzaken van de armoede op het eiland. 


KENNISVERNIETIGING

Het ambtenarenapparaat op de eilanden wordt sinds de Paarse kabinetten stelselmatig uitgekleed door opeenvolgende Nederlandse regeringen en Rutte III heeft in de persoon van staatssecretaris Raymond Knops van het CDA een gewillige beul gevonden. Dit jaar heeft Curaçao op een ambtenarenapparaat van 4084 ambtenaren, 608 mensen moeten ontslaan in het kader van opgelegde bezuiniging. 1 op de 7 ambtenaren zijn dus de laan uitgestuurd. Het is een immense kapitaal- en kennisvernietigingsslag voor zo'n klein eiland. Bezuiniging op deze schaal hebben dan ook vrij weinig met de echte omvang van de uitgave van de overheidsfinanciën te maken. Wie de overheidsgeschiedenis van Curaçao induikt zal zien dat het al sinds de oprichting van de Nederlandse Antillen in 1954 met een begrotingstekort kampt en kredieten en leningen aanvraagt om zichzelf draaiende te kunnen houden. Er zit iets pervers achter de drang om op structurele wijze de overheid in financiële ademnood te laten verkeren. In de Nederlandse context daarentegen groeit de overheid maar blijft de omvang van het toezicht daarop onveranderd waardoor het steeds moeilijker voor parlementsleden wordt om het kabinet te controleren. Er is recentelijk eindelijk wat gezegd over hoe weinig ondersteuning parlementsleden krijgen om toezicht te houden op de kolos die de Nederlandse regering voorstelt. Elk parlementslid krijgt 1,5 FTE als ondersteuning, dat is anderhalve voltijdsmedewerker. Voor het gehele 150 koppig parlement in totaal dus 225 FTE. De personele bezetting van het Rijk, de ondersteuning van het kabinet in de vorm van de ministeries, telde volgens de Jaarreportage Rijksbedrijfsvoering van 2017 daarentegen 110.649 FTE. Dit angstaanjagend verschil is een gevaar voor onze democratie en de controlerende rol van het parlement.
Het is dan ook hypocriet dat juist Nederlandse parlementsleden die zelf meer ondersteuning horen te krijgen, nu hun collega’s op de Antillen proberen te beknotten in hun werk. Door de grootte van Curaçao stellen veel mensen het voor als een willekeurig dorp, maar een dorp wordt niet belast met het fungeren als brug tussen twee continenten. De bezuinigingsdrift op Antilliaanse overheden wordt mede geïnformeerd door het koloniale idee dat men het in Europa beter weet dan op de eilanden. Wanneer men op de Antillen wordt gedwongen om te bezuinigen op het staatsapparaat is men veel meer afhankelijk van deskundigheid van buitenaf. Dit kan je terugzien in het loopbaantraject van Rob van den Bergh die eerst vanuit Nederland kwam om voor de Antilliaanse overheid te werken als econoom en vrij kort daarna zichzelf als een externe deskundige aanbod om min of meer dezelfde diensten te leveren, maar waarschijnlijk voor een veel scherpere prijs. Hoe minder lokale ambtenaren hoe minder controle, overzicht en autonomie van de lokale bevolking. 

De bezuinigingsdrift op interne kennis leidt tot afbraak van de opgebouwde zelfbeschikking. Wie de geschiedenis induikt zou het als een terugval zien naar hoe de eilanden eerst in gebruik werden genomen; toen ook als brug tussen Europese handelsbelangen. Nadat de Spanjaarden het merendeel van de inheemse bevolking tot slaaf maakte werd het eiland na de 80 jarige oorlog door Nederlandse kolonisten overgenomen. Het eiland en Aruba, Bonaire, St. Maarten, Saba, St. Eustatius en Suriname werden bezit van de West Indische Compagnie (WIC). Curaçao werd vervolgens voornamelijk gebruikt voor veilingen van ontvoerde Afrikanen die door dit proces tot slaaf werden gemaakt . Daarna werden deze gebieden door de Republiek Nederland overgenomen toen de WIC aan het eind van de 18e eeuw ten onderging. Na een korte bezetting van Curaçao door de Engelsen kreeg het in 1812 gevormde Koninkrijk Nederland in 1814 de eilanden in handen en bleven ze officieel tot 1954 een kolonie. Het gecentraliseerde gezag zette in deze periode vanuit Nederland de toon en in 1915 kreeg Shell toestemming om het eiland naar zijn hand te zetten. Historisch gezien heeft het bestuur van de eilanden er dus nogal een handje van om het eiland over te leveren aan bedrijven en investeerders.

Zelfs plekken van immense historische betekenis moesten wijken voor de raffinaderij van Shell. Die werd namelijk letterlijk gebouwd op de voormalige Asiento nederzetting. Op de Asiento was de Dam Negropont waar de tot slaaf gemaakten na de trans-Atlantische tocht werden geveild en vervolgens op boten werden gezet richting andere afgepakte en ingepikte gebieden. Shell bouwde op de Negropont een wijk met 200 woningen voor de witte Nederlandse werknemers van Shell, en weerde de zwarte bevolking, net als in andere oliedorpen. Wie een havenrondvaart doet met een gids van het Maritiem Museum, kan de voormalige directeurswoning van Shell nog zien staan, de enige overgebleven woning van die wijk. Maar verwacht niet dat de gids uit vrije wil in het Engels en Nederlands gaat vertellen wat de functie van die locatie was ten tijde van de slavernij. Of dat er wordt stilgestaan bij de keuze van Nederland om de materiële sporen van die geschiedenis te wissen door de raffinaderij en die woonwijk daar neer te zetten. Op de toer wordt er wel, net als Mark Rutte tijdens de Bon Biní for Business-conferentie in Den Haag van 2018, lovend gerept over het Nederlandse DAMEN dat de Dokmaatschappij, twee jaar geleden failliet verklaard, heeft overgenomen


ERVEN

Ik frons mijn wenkbrauwen na de vraag van Rob van den Bergh en de van mijn vader geërfde rimpel op mijn voorhoofd wordt wat dieper achter in de zaal op de eerste verdieping van de Kamer van Koophandel en Nijverheid op Curaçao. Van den Bergh kijkt nog even rond in de zaal. In een opwelling zeg ik net iets te luid "Het mag ook in het Papiamentu." Typisch mijn vader, zou mijn moeder zeggen. Wetende dat ik Van den Bergh een klein beetje voor schut heb gezet, zou ze me ook een vermanende blik hebben toegeworpen als ze erbij was geweest. Onze ouders herkennen de gevaren van onze acties vaak beter dan wijzelf. Zij is op het eiland opgegroeid toen je Nederlanders niet mocht tegenspreken of voor het blok zetten. Op haar lagere en middelbare school mocht ze geen Papiamentu praten, tenzij ze met een liniaal geslagen wilde worden, of erger. Onderdanigheid richting Nederlanders is met fysiek, psychologisch en institutioneel geweld generaties mensen van Afrikaanse afkomst op de eilanden aangeleerd.

Van den Bergh loopt wat rood aan en glimlacht als een boer met kiespijn. Sommigen in de zaal lachen en draaien in hun stoel in een poging om de bron van de opmerking te zoeken. Het raakt een gevoelige snaar, zeker hier in Pietermaai waar je door de gentrificatie van de afgelopen jaren in dit deel van de stad bij te veel plekken eerst in het Nederlands wordt aangesproken. Het is een overval op klaarlichte dag van het gewonnen postkoloniaal terrein. Onder andere wijlen Joceline Clemencia en Frank Martinus Arion hebben niet decennialang gevochten voor de officiële verankering van het Papiamentu om nu te zien dat het Nederlands stilletjesaan weer opgelegd wordt. Van den Bergh gaat de zaal zo vertellen dat er in de periode van 2003 tot 2018 voor 140 miljoen Antilliaanse guldens is geïnvesteerd in de wijk met als resultaat 4 boetiekhotels met om en nabij 129 kamers, 8 appartementenhotels met 35 appartementen, 10 restaurants, 2 bars, gerenoveerde huizen en een nieuw appartementencomplex. Wie bijvoorbeeld bij de café Mundo Bizarro binnenloopt, op de hoek van Nieuwestraat en Theaterstraat, vindt de Telegraaf op een bijzettafeltje. Wetende wat de redactionele lijn is van De Telegraaf over het koloniaal verleden, de eilanden, mensen van Afrikaanse afkomst en gemarginaliseerde mensen spreekt de aanwezigheid van de krant boekdelen. 

Misschien is deze grootschalige verandering voorstellen als een 'overval' nog te individualistisch en wordt de verNederlandsing op een interpersoonlijke manier verbeeld, waarmee de institutionele uitholling van zelfbeschikking buiten beeld wordt gehouden. Als we het voorstellen als een verandering in ‘erfpacht’ dan zijn we wat exacter omdat het niet alleen onderlinge handelingen blootlegt maar de structuren waarin die mogelijk zijn in acht neemt. Het eiland heeft nooit echt zijn eigen structuren kunnen opzetten en bouwt slechts voort op de koloniale bestuurlijke fundering. We kunnen zeggen dat het erfpacht over het eiland is opgesteld door het grootkapitaal, dat het eiland als zijn bezit voorstelde en daarna overdroeg aan de Nederlandse staat, die het ook als bezit behandelt. Deze verNederlandsing van Pietermaai is een signaal dat de erfpacht over het eiland vernieuwd wordt met ingrijpende veranderingen voor de lokale bewoners. 

BELASTINGVAKANTIE

Willem 'Billy' Jonckheer, de president van de Kamer van Koophandel en Nijverheid voor 2019, geeft Van den Bergh toestemming om zijn presentatie in het Nederlands te geven. Het voelt uitermate vreemd om in het Nederlands informatie te krijgen over de investeringsmogelijkheden in Willemstad. Alsof het niet voor mijn of lokale oren bestemd is om te horen dat er naar schatting voor 800 miljoen Antilliaanse guldens, investeringsmogelijkheden zijn in de wijken Otrobanda, Punda, Scharloo en Pietermaai. Dat er in die wijken voor zo'n 57.000 vierkante meter aan lege ruimte is dat omgebouwd zou kunnen worden. Dat er met zulke investeringen 8000 banen gecreëerd kunnen worden. Van den Bergh kaart nog even extra aan dat dat een goede manier is om de werkloosheid, die door de afbouw van de werkzaamheden aan de Isla Raffinaderij is ontstaan, op te vangen. Dat die werkloosheid veroorzaakt wordt door de internationaal onwettige economische sancties tegen Venezuela door de VS, een bondgenoot van Nederland, wordt niet benoemd. De werknemers die daar werk(t)en kunnen volgens Van den Bergh moeiteloos aan de slag in de nieuwe hotels, cafés en restaurants. Dat het twee verschillende sectoren zijn leek niet belangrijk. Ook niet dat de een gebaseerd is op technische kennis en de andere op dienstbaarheid.

Van den Bergh benoemt dat Curaçao uniek is ten opzichte van de andere Caribische eilanden, omdat er boetiekhotels in monumenten zijn gebouwd. De unieke architectuur is ook een pluspunt volgens hem. Heel de binnenstad staat namelijk op de UNESCO werelderfgoed lijst. Dat maakt het fiscaal aantrekkelijk om in te investeren. Wie een monument wilt restaureren in het UNESCO gebied kan volgens een van de slides van Van den Bergh rekenen op 40 tot 60% subsidie voor de kosten, is gevrijwaard van de overdrachtsbelasting, hoeft geen dividend- of rentebelasting te betalen en kan rekenen op 'reguliere' regelingen zoals een "belastingvakantie". Dat is een periode waarin je als ondernemer gevrijwaard wordt van importbelastingen en onroerend-goedbelastingen. Het is een subsidietrog voor buitenlandse ondernemers. Het eiland wordt in de uitverkoop gezet voor de hoogste bieder met fikse korting.

Wanneer je als eiland van de Rijksministerraad een zware financiële aanwijzing krijgt, omdat het begrotingstekort het derde achtereenvolgend jaar niet sluitend is, dan wil je toch meer inkomsten genereren? Waarom laat je jezelf dan zoveel belastinginkomsten mislopen? Ik begrijp de logica niet. Het doet me denken aan het Albert Heijnfiliaal aan de kaya Jacob Posner dat beroemd is geworden door de documentaire Curaçao. Het gerucht ging dat eigenaar Gerard van der Tweel na het einde van zijn belastingvakantie voor het filiaal de winkel onder zijn eigen naam voortzette om opnieuw een belastingvakantie aan te vragen. Van der Tweel zegt dat de naamswijziging kwam door een conflict met Albert Heijn over de voedselveiligheid. Dat velen klagen over de absurd hoge prijzen laat ik even terzijde, maar het gerucht is gebaseerd op een welbekende constructie waarbij de mazen in het systeem gebruikt worden om zo min mogelijk sociaal te hoeven bijdragen en zoveel mogelijk winst te kunnen kloppen uit het eiland. Voor alle jaren dat Shell op het eiland zat, het milieu onherroepelijk beschadigde, de gezondheid van generaties aantastte en koloniale raciale verhoudingen gebruikte om de salarissen van lokale werknemers te drukken heeft het bedrijf weinig tot geen winstbelasting betaald. En nu is er een consortium van Curaçaose en Nederlandse ministeries, VNO-NCW, Willemstad UNESCO Heritage site en de Curaçaose Port Authority op het eiland bezig om Nederlandse investeerders uit te nodigen om hetzelfde te komen doen.

BERUCHT

Ik vraag aan Billy Jonckheer waarom de VNO-NCW gevraagd is als partner na de beschamende uitspraken van Hans de Boer, die bijstandsgerechtigden ‘labbekakken’ noemde. Een witte grijsharige meneer probeert mij te overstemmen en roept 'boe' en 'schei toch uit!' vanaf de eerste rij. Er is geroezemoes in de zaal omdat het kennelijk niet populair is om de voorzitter te citeren en je af te vragen wat voor soort mensen het eiland wil aantrekken. Jonckheer kijkt wat ongemakkelijk maar antwoordt dat het hem niet uitmaakt wie achter de investeringen zal zitten. Het eiland zit volgens hem in zulk zwaar weer dat ze nu elke investeringsmogelijkheid moeten aangrijpen van wie dan ook. Dit is wat Naomi Klein disaster capitalism noemt. 

Jonckheer vraagt Caroline Gonzalez-Manuel, de sector directeur van Infrastructuur en Ruimtelijke Planning van het ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning van Curaçao, die net vijf minuten binnen is om erbij te komen staan en vragen te beantwoorden. Zij is berucht vanwege de affaires rondom de verdwenen 7 miljoen Antilliaanse guldens van het wegenfonds waar zij toen aan de leiding van stond, de dubieuze bouwvergunningen voor de Jewel Investmentgebouwen die door het Financieel Dagblad in 2013 werden bejubeld en de verdwijning van de bouwvergunningen voor het Sambil winkelcentrum. Dat winkelcentrum heeft mede voor de leegloop in de binnenstad gezorgd, waardoor deze investeringsmissie weer is opgezet. Met particuliere initiatieven als Punda Vibes en het Kaya Kaya Festival wordt er heldhaftig geprobeerd om de stad weer levendig te maken, maar die lijken niet opgewassen tegen het institutionele karakter van de leegloop.  

Wanneer ik Gonzalez-Manuel vraag of ze ervoor gaat zorgen dat er een garantie komt dat investeerders lokale bewoners en ondernemers niet wegjagen geeft ze aan dat ze dat niet gaat doen. Het gaat immers om privé-terrein waar de regering niks over heeft te zeggen. In het eerder genoemde artikel in het Financieel Dagblad kwam ook naar voren dat de overheid de stijging in grondprijs niet bijhoudt. Na de antwoorden van Gonzalez-Manuel vanavond twijfel ik of daar inmiddels verandering in is gekomen. De vraag is ook of de overheid met het verlies van alleen dit jaar al 608 ambtenaren daar überhaupt mankracht voor heeft. Het lijkt alsof er opzettelijk geen overzicht is, zodat de lokale bevolking de verschuivingen niet feitelijk kan bijhouden. Gonzalez-Manuel wordt door Jonckheer bedankt en gaat weer zitten, en ik blijf met de vraag achter waarom de overheid in het organiserend comité zit van deze investeringsmissie als ze niet lokale belangen, zoals sociale cohesie, gaan behartigen. Het is alsof de overheid voor een tafel heeft gezorgd, maar zelf niet de verantwoordelijkheid neemt om aan tafel te zitten. 

Er is een cultureel ondernemer in de zaal die informeert of ze haar vraag in het Papiamentu mag stellen. Jonckheer knikt en geeft haar de ruimte. Ze heeft het over gentrification en hoe ze duidelijk ziet hoe het moeilijker wordt voor ondernemers zoals haar om hun hoofd boven water te houden. Ik herken haar verhaal in wat ik van anderen heb gehoord. Maar hier in deze zaal lijkt het niet aan te slaan. Men wil de door Van den Bergh gegeven presentatie ontvangen. Men wil de planning van de dagen weten en inhoudelijk inzicht krijgen op de workshops. Men wil zichzelf voorstellen aan de rest van de aanwezigen. Wanneer ik mijn hand opsteek en aanbied om tijdens de investeringsmissie een workshop te geven rondom dekolonisatie, wit superioriteitsdenken en kapitalisme zucht Jonckheer luid en sluit hij de informatiesessie. 

Bij de borrel krijg ik te horen dat journalist Dick Drayer de promotievideo voor de investeringsmissie heeft gemaakt. Ik vraag me af hoe hij het straks zal verslaan voor Nederlandse media als hij er zo nauw bij betrokken is. Anderen vertellen mij dat de economische situatie op het eiland iedereen veel zorgen baart. Isla, de raffinaderij die Shell aan de regering heeft verkocht voor het symbolische bedrag van 1 Antilliaanse gulden met de afspraak dat ze nooit aansprakelijk gehouden zullen worden voor de door de raffinaderij veroorzaakte milieu- en gezondheidsschade, gaat na het eind van het jaar waarschijnlijk sluiten. Het gaat dan niet alleen om de werknemers van Isla maar ook alle andere bedrijven die de impact daarvan gaan voelen. De werkloosheid gaat stijgen en daarmee ook de criminaliteit door mensen die geen andere uitweg zien om te overleven. Deze investeringsmissie zou dan ook grote spelers naar het eiland vanuit Nederland kunnen trekken om de bedrijvigheid op het eiland te stimuleren en haar financiële instorting te voorkomen. Ondernemers proberen nu met man en macht de toerisme-industrie verder uit te bouwen, aangezien alle andere economische sectoren onderontwikkeld zijn of onderdrukt waren.

Terwijl ik hierover nadenk stapt die grijsharige man die mij eerder niet wilde laten uitpraten op me af en zegt "Kon ta bai, swa".


Quinsy Gario is een visuele kunstenaar, performance dichter en schrijver afkomstig uit Curaçao en St. Maarten. Op dit moment is hij bezig met nieuw werk over de beide eilanden voor de tentoonstelling Positions #5 in het Van Abbemuseum ( opent op 30 november 2019), Imagining The Nation (werktitel) in het Wereldmuseum Rotterdam (opent 16 januari 2020) en een lecture performance voor op The University of St. Maarten die in 2020 zal plaatsvinden.