Boekrecensie van Afua Hirschs Waarom Ras Ertoe Doet

Te zwart voor de witte wereld en te wit voor de zwarte gemeenschap. Het is een dilemma waar velen in verkeren; tussen wal en schip vallen met je raciale identiteit. Afua Hirsch, journaliste, juriste, en schrijfster, verwerkte haar persoonlijke ervaringen in de maatschappijkritische reportage ‘Brit(ish)’. De Nederlandse vertaling ‘Waarom Ras Ertoe Doet’, werd op 20 april gepresenteerd bij Dipsaus Podcast in De Nieuwe Liefde. Het boek is in Groot-Brittannië een bestseller, winnaar van een Royal Society of Literature Jerwood Award en ook voor Nederlanders een must-read. 

DOOR ZAÏRE KRIEGER

 

Niemand is kleurenblind

In 1948 werden ongeveer 500.000 immigranten uit Jamaica en de andere Caraïbische eilanden onder Brits bewind uitgenodigd om als arbeiders Groot-Brittannië weer op te bouwen na de Tweede Wereldoorlog. Velen van hen zijn nooit officieel genaturaliseerd als Britse staatsburgers, onder de assumptie dat ze dat niet hoefden. Deze grote groep mensen werd bekend als de ‘Windrush-generatie’ en loopt nu het risico gedeporteerd te worden. Ook al zijn er vele witte migranten (uit bijvoorbeeld Australië) die destijds ook Groot-Brittannië binnenkwamen, er worden nu enkel mensen van kleur gedeporteerd. Het immigratiebeleid van Groot-Brittannië is volgens Hirsch een goed voorbeeld van onze verwachtingen van hoe ‘Brits’ er uitziet en met name hoe dit verre van kleurenblind is. Een post-raciale wereld bestaat niet, en vasthouden aan deze illusie zorgt ervoor dat we ge-racialiseerde uitsluiting niet herkennen. 

‘Ik was niet op zoek naar ras, ras drong zich op aan mij; op de speelplaats, in de klas, op straat, in winkels. Ik wist dat ik er anders uitzag –kinderen hebben dat snel door – maar dat mijn anderszijn iets slechts had, dat aan zwart-zijn per definitie iets onwenselijks kleefde: dat moest ik leren.’
— Afua Hirsch

Als bi-raciale vrouw zou Hirsch bijvoorbeeld het teken zijn dat we inmiddels in een ‘post-raciale’ wereld leven; ras zou er niet meer toe doen. Het tegendeel is echter waar. De vraag die constant aan Hirsch gesteld wordt, ‘waar kom je echt vandaan’, ondermijnt niet alleen de identiteit van de ondervraagde, het ondermijnt ook het zelfbeeld van een samenleving die ‘kleurenblind’ denkt te zijn. De vraag wordt immers niet aan witte mensen gesteld. Voorbeelden van deze tegenstrijdigheden maken ‘Brit(ish)' zo uniek; witheid en ras worden uiteengezet zonder op witheid te focussen, maar juist op Hirschs eigen ervaringen als gemixte vrouw.

 

Wijdverspreide ontworteling

Hirsch zelf groeide op in Wimbledon; een witte elitaire omgeving. Als dochter van een zwarte vrouw en witte man, sprong ze met haar krullend haar en gespierde benen eruit. Van kinds af aan werd ze bestookt met de vraag ‘waar kom je echt vandaan?’. Hirsch beschrijft bijvoorbeeld hoe ze haar zwarte man Sam ontmoette en hij een belangrijke katalysator voor haar zoektocht naar identiteit werd. 

Sam groeide, in tegenstelling tot Afua, op in een armere omgeving. Alhoewel Sam niet tot dezelfde hoge klasse behoorde, was hij rijk aan identiteit. Daar waar Afua telkens tussen twee werelden leefde en zich nergens echt thuis voelde, groeide Sam op in een duidelijke subcultuur van zwarte muziek, taal en gebruiken. Daar waar Afua zocht naar haar zwarte identiteit door boeken over Afrika te lezen, had Sam dat nooit hoeven doen. De gehele wijk waar hij woonde vormde een klein Ghana. Er was niet veel geld, maar de Ghanese cultuur was er in overvloed. Zijn identiteit als zwarte man was zo helder voor hem, dat hij haar bij het schrijven van het boek vroeg: ‘Wat voor zwarte vrouw schrijft een boek over zwart zijn?’. 

Daar waar Afua zocht naar haar zwarte identiteit door boeken over Afrika te lezen, had Sam dat nooit hoeven doen.

Als antwoord beschrijft Hirsch feilloos het ontwortelde en warrige gevoel van een dubbelleven en laat zien dat juist die ervaring, die op microniveau zo’n persoonlijke worsteling lijkt, toch een wijdverspreid gevoel is. Dit blijkt onder andere uit de verschillende mensen die naar haar optredens toe komen. Bij de presentatie van haar boek zijn de bezoekers gevarieerd; wit, zwart en alles ertussenin. Meerdere malen wordt er gezegd dat ‘niemand eerder mijn ervaring zo goed neer heeft weten te zetten.’ Zo wordt Brit(ish) een elegante uiteenzetting van verschillende (zwarte) identiteiten, en meer dan alleen een boek over racisme in de Britse samenleving.  

 

Dagelijkse ontkenning

De balans tussen het ontleden van alledaags racisme en de autobiografische zoektocht naar identiteit is het sterkst als Hirsch de Britse neiging naar het ontwijken en negeren van haar racistische geschiedenis weergeeft. Dit is herkenbaar in Nederland, waar men de racistische kenmerken van Zwarte Piet of de bloederige historie van onze ‘zeehelden’ graag ontkent. Hirsch vertelt over het kolonisatieverleden van Engeland, en hier komt haar talent als journaliste naar voren. Ze laat met persoonlijke voorbeelden zien hoe diep de wonden van kolonisatie nog zijn, en hoe die dagelijks ontkend worden. Racisme is niet zomaar af te doen als ‘identiteitspolitiek’, maar deel van het DNA van Engeland en dus ook van de hedendaagse samenleving.

Hirsch focust hierbij op micro-agressies. Bijvoorbeeld hoe de afro van haar collega als ‘ongepast’ werd gezien. Of hoe zij bij binnenkomst op school steeds om haar ID werd gevraagd maar haar witte medestudenten nooit. Ook de ontkenning van kolonialisme houdt ze klein en persoonlijk; pas bij latere zelfstudie kwam ze erachter dat al haar favoriete filosofen het zwarte ras als inferieur zagen en zelf actief slavernij in stand hielden. Elke vorm van kritische bevraging van dit verborgen racistische curriculum op Oxford werd niet als uiting van academische integriteit gezien, maar als laster en ondankbaarheid. 

Racisme is niet zomaar af te doen als ‘identiteitspolitiek’, maar deel van het DNA van Engeland en dus ook van de hedendaagse samenleving.

Het interessante aan de passages over kolonialisme is dat Hirsch een kind is van een Ghanese vrouw en Engels-Joodse man, en dus niet direct een link heeft met de slavernij. Deze persoonlijke voorbeelden laten zien hoe kolonialisme en het bijbehorende dagelijks racisme toch zijn weg vinden in het leven van elke persoon van kleur, of ze nou een afstammeling zijn van tot slaaf gemaakten, of kinderen van Afrikaanse diplomaten. De verschillende zwarte identiteiten komen hier, in gedeeld dagelijks racisme, samen.

Niemand is kleurenblind en tot een ‘post-raciale’ samenleving zijn we nog lang niet gekomen. Daarom is ‘Waarom Ras Ertoe Doet’ zo nodig: het geeft niet alleen feitelijke informatie over waarom we er nog lang niet zijn, maar ook persoonlijke verhalen die dit weerspiegelen. Het historische besef van Hirsch is wat de interesse aanwakkert, maar het persoonlijke verhaal van dagelijks racisme in haar werk en in haar jeugd en het ontwarren van haar complexe identiteit, is hoe Afua Hirsch de witte en de zwarte lezer (en alles daartussen in) weet te boeien. 

 

Afua Hirsch was in Nederland om haar boek Waarom Ras Ertoe Doet te presenteren bij Dipsaus Podcast! Luister de hele live show met de fascinerende Hirsch hier terug:

Zaïre Krieger is een Internationaal & Europees Recht studente met een passie voor mensenrechten. Deze duizendpoot deelt met columns, films en speeches haar hersenspinsels (#zairedenkthardopna) in de hoop de wereld een beetje beter te maken.